29 oktober 2009, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 144 Nr 44
Nederlandse apothekers verstrekten in 2008 3,65 miljoen keer een huidpreparaat dat een corticosteroïde bevat. De kosten hiervoor bedroegen vorig jaar € 17 miljoen. Het aantal verstrekte DDD‘s bedroeg 155 miljoen.
Crèmes, zalven en andere smeersels met corticosteroïden worden vooral bij eczeem toegepast. Ze zijn op basis van de werkzaamheid onderverdeeld vier klassen. Hydrocortisonacetaat is de enige zwak werkzame corticosteroïde (klasse 1). Matig sterk werkzaam (klasse 2) zijn onder andere triamcinolonacetonide en hydrocortisonbutyraat, terwijl betamethason, mometason en fluticason sterk werkzaam (klasse 3) zijn. Clobetasol is de enige zeer sterk werkzame corticosteroïde (klasse 4). Corticosteroïden worden toegepast als enkelvoudige preparaten, maar ook in vaste combinaties met andere geneesmiddelen. Dit zijn antischimmelmiddelen, antibacteriële middelen en middelen die de doordringbaarheid van corticosteroïden in de huid bevorderen. Voorbeelden van deze middelen zijn ureum en salicylzuur.
In 2008 is 3,65 miljoen keer een huidpreparaat
met een corticosteroïde verstrekt. Opvallend
is de zeer beperkte stijging van het aantal
verstrekkingen. In 2007 zijn dermatica met
corticosteroïden even vaak verstrekt als in
2008. In de afgelopen tien jaar steeg het
aantal verstrekkingen jaarlijks met gemiddeld
1,9%. De kostenontwikkeling en het aantal
DDD‘s liepen hiermee in de pas. De kosten,
zonder vergoeding voor werkzaamheden in de
apotheek, stegen in diezelfde periode jaarlijks
met gemiddeld 1,3% tot € 17 miljoen in 2008.
Daarmee zijn dermatica met corticosteroïden
met gemiddeld € 4,65 aan kosten per voorschrift
relatief goedkope geneesmiddelen.
Het aantal DDD‘s is in deze periode jaarlijks
gemiddeld 2,1% gestegen tot 155 miljoen in
2008.
Bij huidmiddelen vormen DDD‘s een goede
maat om de hoeveelheid verstrekte dermatica
te vergelijken, maar ze hebben een beperkte
waarde in relatie tot het standaard daggebruik.
De te behandelen huidoppervlakte is
immers bepalend voor het gebruik. In de
praktijk komt in deze groep 1 DDD overeen
met 1 gram crème of zalf. In 2008 verstrekten
apotheken in de groep dermatica met uitsluitend
een corticosteroïde per voorschrift
gemiddeld 46,3 DDD‘s, overeenkomend met
46,3 gram zalf of crème. Deze gemiddelde
hoeveelheid varieert per klasse. Naar gelang
de werkzaamheid van de corticosteroïde
toeneemt, verstrekten de apotheken gemiddeld
meer per voorschrift. Voor hydrocortisona
cetaat is dat 30 gram per keer, voor de
corticosteroïden uit klasse 2 gemiddeld
39 gram. Van de corticosteroïden uit de
klassen 3 en 4 verstrekt de apotheker gemiddeld
dezelfde hoeveelheid: 59 gram per keer.
Omdat ernstige eczeemklachten vaak langdurige
behandeling vereisen, schrijven artsen
ook voor langere perioden voor.
De stabiele trend in de verstrekkingscijfers
voor de gehele groep corticosteroïden geldt
niet voor vaste combinaties van corticosteroïden
met antibiotica. Volgens de Commissie
Farmaceutische Hulp van het College voor
Zorgverzekeringen is voor toepassing van deze
groep middelen geen plaats (zie het Farmacotherapeutisch
Kompas). De Commissie kan op
dit punt tevreden zijn; sinds 1997 is het aantal
verstrekkingen in deze groep bijna gedecimeerd
van ruim 52.000 in 1997 tot ruim 6500
in 2008.
Voor de vaste combinatie van antimycotica en
corticosteroïden ligt dat anders. Het advies is
het gebruik van deze combinaties te beperken
tot de eerste vijf dagen van de behandeling en
daarna nog uitsluitend te behandelen met een
antimycoticum. Desondanks staat de vaste
combinatie hydrocortisonacetaat + miconazolnitraat
in 2008 met ruim 650.000 verstrekkingen
op de tweede plaats van de meest
verstrekte huidpreparaten met corticosteroïden.
De jaarlijkse stijging was het laatste
decennium gemiddeld 4,9%.
De Wereldgezondheidszorg deelt deze combinatie
in bij de ATC-groep van de corticosteroïden,
maar een indeling bij de antischimmelmiddelen
is te verdedigen. Voor de genoemde
combinatie bestaat immers geen primaire
indicatie voor corticosteroïdegebruik. Het
betreft een toevoeging aan een antimycoticum
ter bestrijding van jeuk waarmee een
huidschimmelinfectie vaak gepaard gaat.
De enkelvoudige dermatica met uitsluitend
triamcinolonacetonide zijn in 2008 het vaakst
verstrekt; bijna 750.000 keer. Daarna volgt dus
de combinatie hydrocortisonacetaat + miconazolnitraat
met ruim 650.000 verstrekkingen.
Derde is het enkelvoudig toegepaste
hydrocortisonacetaat (ruim 500.000 keer).
Op de vierde plaats komt betamethason uit
klasse 3 (425.000 keer), gevolgd door clobetasol
uit klasse 4 (325.000 verstrekkingen). In
bovenstaande cijfers zijn de dermatica met
corticosteroïden die zijn bereid volgens een
lokaal of regionaal protocol niet opgenomen.
Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen
Dit is een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.
Overname van tekst, gegevens, tabellen of grafieken is toegestaan mits onder
volledige bronvermelding.