Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

U bent hier: Home / Publicaties / SFK nieuws in PW / 2007 / Preferentiebeleid leidt tot hogere kosten

Preferentiebeleid leidt tot hogere kosten

15 februari 2007, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 142 Nr 7

Eind augustus 2006 meldde minister Hoogervorst dat het preferentiebeleid in de tweede helft van 2005 tot een kostendaling van € 2,1 miljoen heeft geleid. De besparingen op de geneesmiddelenkosten liepen in 2006 terug. Bovendien zijn deze besparingen lager dan de uitvoeringskosten.

In juli 2005 zijn een vijftal verzekeraars gestart met het voeren van een gezamenlijk preferentiebeleid voor omeprazol, simvastatine en pravastatine. In de praktijk betekent dit dat vooral de specialités en de parallelgeïmporteerde varianten van de genoemde geneesmiddelen van vergoeding zijn uitgesloten.

Besparingen op geneesmiddelenkosten lopen terug

De SFK raamt de directe besparing van de geneesmiddelen die onder het preferentiebeleid vallen, in de tweede helft van 2005 op € 2,1 miljoen. Dit bedrag is vergelijkbaar met de door de minister gemelde besparing. In 2006 hebben twee zorgverzekeraars zich aangesloten bij het preferentiebeleid en neemt het marktaandeel van de preferente middelen toe. Op grond daarvan zou verwacht kunnen worden dat de besparingen toenemen, maar ze nemen juist af. In de eerste helft van 2006 was dat bedrag nog maar €1,6 miljoen en in de tweede helft niet meer dan €1,4 miljoen.

Bij de start van het preferentiebeleid stijgt het marktaandeel van de generieke varianten van omeprazol, simvastatine en pravastatine sterk bij de preferentiebeleid voerende zorgverzekeraars (zie figuur). Daarna nemen de verschillen in generieke marktaandelen tussen zorgverzekeraars die wel of geen preferentiebeleid voeren, af. Dit komt doordat het marktaandeel generiek ook stijgt bij de zorgverzekeraars die geen preferentiebeleid voeren. Deze trend is algemeen waarneembaar bij geneesmiddelen die buiten dit beleid vallen. Daarnaast neemt, na de aanvankelijke stijging, het generieke marktaandeel af omdat een beroep kan worden gedaan op een hardheidsclausule. Indien een arts op het recept aangeeft dat het medisch noodzakelijk is om een niet-preferent middel voor te schrijven, mag de apotheek van het preferentiebeleid afwijken en het specialité verstrekken. Een andere reden voor de teruglopende besparingen is dat de prijsverschillen tussen generiek en specialité afnemen. Omeprazol levert de belangrijkste bijdrage in de besparing op de geneesmiddelenkosten. Het aandeel van dit middel in de kostendaling bedraagt 83% in de tweede helft van 2005. Naar verwachting is dit zelfs 90% in de tweede helft van 2006. Dit wordt veroorzaakt door de hoogte van het prijsverschil tussen specialité en generiek in combinatie groot volume en een relatief lager marktaandeel generiek

Administratieve lasten

Het preferentiebeleid heeft geleid tot besparingen op de geneesmiddelenkosten. Belangrijk is deze besparingen af te zetten tegen de uitvoeringskosten die dit beleid met zich meebrengt. Zo blijkt dat patiënten vooral tijdens de start van het preferentiebeleid worden overgezet op generieke middelen. Soms worden ze vanwege een medische noodzaak weer teruggezet op het specialité of wijkt de arts uit naar een ander geneesmiddel dat niet onder het preferentiebeleid valt. Dit kan leiden tot hogere geneesmiddelenkosten, maar het gaat in ieder geval gepaard met extra kosten door verhoogd huisartsenbezoek. De arts schrijft een nieuw recept uit of voorziet een al uitgeschreven recept van het kenmerk 'medische noodzaak'. Zorgverzekeraars hebben meer werk aan het afhandelen van declaraties en aan het informeren van zorgverleners en verzekerden. Ook voor de apotheek brengt het preferentiebeleid extra uitvoeringskosten met zich mee. Niet alleen kreeg de apotheker een aanzienlijk deel van de voorlichting aan arts en verzekerde in zijn schoenen geschoven, ook ontbreekt adequate ICT ondersteuning bij de uitvoering van het preferentiebeleid. De apotheker kreeg te maken met wisselende lijstjes met uitgesloten geneesmiddelen en had meer werk aan het afhandelen van declaraties. Naar inschattingen van de KNMP zorgt het preferentiebeleid voor minstens €8 miljoen aan extra tijdsbesteding; tijd die niet aan zorgverlening kan worden besteed.

Figuur 1: marktaandeel preferente geneesmiddelen

Bij de start van het preferentiebeleid bedraagt het gemiddelde marktaandeel voor de preferente middelen bijna 90%. Na een aanvankelijke stijging nemen de verschillen af tussen zorgverzekeraars die wel of geen preferentiebeleid voeren.

 

Figuur 2: Preferentiebeleid omeprazol

 

Figuur 3: Preferentiebeleid simvastatine

 

Figuur 4: Preferentiebeleid pravastatine

 

 

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Dit is een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.
Overname van tekst, gegevens, tabellen of grafieken is toegestaan mits onder volledige bronvermelding.

Back to top