Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

U bent hier: Home / Publicaties / SFK nieuws in PW / 2011 / Meer geneesmiddelen voor 65-plus-man

Meer geneesmiddelen voor 65-plus-man

1 april 2011, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 146 Nr 13

Ruim de helft van de verstrekkingen van vergoedbare receptplichtige geneesmiddelen was in 2010 bestemd voor 65–plussers. Van de senioren gebruikten de mannen per hoofd van de bevolking meer dagdoseringen dan de vrouwen. 65–plussers kregen het vaakst acetylsalicylzuur verstrekt.

De Nederlandse openbare apotheken verstrekten in 2010 184* miljoen keer een receptplichtig geneesmiddel dat is opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Ruim 53% van de verstrekkingen was bestemd voor iemand van 65 jaar of ouder. Tegenover ruwweg elke 10 verstrekkingen aan een 65–plusser stond er 1 aan kinderen en jongeren in de leeftijdsgroep tot 20 jaar. Van alle verstrekkingen was 60% (111 miljoen) bestemd voor een vrouw en 40% voor een man.
Een doorsnee inwoner van Nederland ontving in 2010 gemiddeld 12 keer een vergoedbaar receptplichtig geneesmiddel. Dit aantal loopt op van gemiddeld 2 keer per jaar voor 0– tot 10–jarigen tot gemiddeld 96 verstrekkingen voor de leeftijdscategorie van 90 jaar en ouder. Voor de groep van 65 jaar en ouder was dit gemiddeld 42 verstrekkingen per jaar. In alle leeftijdscategorieën krijgen vrouwen per jaar meer verstrekkingen dan mannen.

Dagdoseringen

Uitgedrukt in standaarddagdoseringen (DDD’s) laat het geneesmiddelgebruik een ander beeld zien. Van de in totaal 7,5 miljard DDD’s die de apotheken vorig jaar verstrekten, was ’maar’ 44,5% bestemd voor de 65–plussers. Vrouwen ontvingen 58% (4,3 miljard) van het totaal aantal verstrekte DDD’s. Toch gebruikten de vrouwen niet in alle leeftijdscategorieën meer DDD’s dan mannen. Het merendeel (55%) van de geneesmiddelen voor 65–plussers uitgedrukt in DDD’s is weliswaar bestemd voor vrouwen, maar tot deze leeftijdscategorie behoren veel meer vrouwen dan mannen; ruim 1,43 miljoen versus 1,1 miljoen.

Mannen meer DDD’s

Gemiddeld gebruiken vrouwen van 65 jaar en ouder bijna 1400 DDD’s per jaar terwijl dat aantal voor de mannen ongeveer 100 hoger ligt. Vanaf ongeveer het vijftigste levensjaar gebruiken mannen per hoofd van de bevolking meer DDD’s dan vrouwen. Tot die leeftijd is het andersom. De voornaamste reden voor dit verschil in de jongere levensjaren is het gebruik van de anticonceptiepil. Van deze groep middelen verstrekten de apothekers in 2010 ongeveer 675 miljoen DDD’s.
Voor de 65–plussers ligt het aantal DDD’s per verstrekking bij mannen op ongeveer 42 en bij vrouwen op 29. De SFK heeft niet onderzocht of een mogelijke reden hiervoor ligt in hogere doseringen of in minder weekleveringen. Dit laatste zou het geval kunnen zijn als mannen langer zelfstandig blijven wonen dan vrouwen. Dit is niet onwaarschijnlijk. Omdat vrouwen gemiddeld langer leven dan mannen zijn ze gemiddeld langer in staat om hun mannen te begeleiden, waardoor de mannen langer ’zelfstandig’ kunnen blijven wonen.

Meest gebruikt

Acetylsalicylzuur, dat de bloedplaatjesaggregatie remt, voert in 2010 de ranglijst aan van meest verstrekte geneesmiddelen aan 65–plussers. Bètablokker metoprolol volgt op plaats 2 en de cholesterolverlager simvastatine op 3. Maagzuurremmer omeprazol staat op de vierde plaats. In 2009 namen deze geneesmiddelen dezelfde posities in. Dat gold voor vrijwel de gehele top 10 van meest verstrekte geneesmiddelen aan 65–plussers. Pas op plaats 9 vinden we de eerste wijziging. Daar staat de calciumantagonist amlodipine, die ten opzichte van vorig jaar van plaats is gewisseld met de bloedplaatjesaggregatieremmer carbasalaatcalcium. Deze staat nu tiende. Bij de verstrekte DDD’s ligt dat anders. Daar voert omeprazol de seniorenlijst aan, gevolgd door respectievelijk simvastatine, acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium.

Figuur 1: Aantal dagdoseringen in 2010 per leeftijdscategorie per geslacht

Het gebruik van de anticonceptiepil door vrouwen verklaart het grote verschil in de jongere leeftijdscategorieën van 10 tot 40 jaar

 

* De cijfers op deze pagina’s zijn gebaseerd op de verstrekkingen door Nederlandse apothekers. Cijfers per hoofd van de bevolking zijn berekend met informatie afkomstig van het CBS. Ze zijn gecorrigeerd voor dat deel van de bevolking dat voor de geneesmiddelvoorziening is aangewezen op apotheekhoudende huisartsen.

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Dit is een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.
Overname van tekst, gegevens, tabellen of grafieken is toegestaan mits onder volledige bronvermelding.

Back to top