Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

U bent hier: Home / Publicaties / SFK nieuws in PW / 2011 / Geneesmiddelen bij kinderen in een notendop

Geneesmiddelen bij kinderen in een notendop

29 september 2011, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 146 Nr 39

Van de geneesmiddelen die zijn opgenomen in het basispakket verstrekten Nederlandse apotheken vorig jaar aan 0-jarige kinderen het vaakst een geneesmiddel tegen spruw. Voor de leeftijdsgroep tot en met 5 jaar hebben de penicillines het hoogste aantal verstrekkingen. Bij de 6- tot en met 10-jarigen is die positie voor de ADHD-middelen.

Nederlandse apothekers verstrekten in 2010 aan kinderen die jonger zijn dan één jaar ongeveer 550.000 keer een geneesmiddel dat tot het basispakket behoort. Gerelateerd aan het aantal borelingen vorig jaar, betekent dit dat apotheken gemiddeld aan een 0–jarige ruim drie keer een geneesmiddel verstrekten. Voor de 1–jarigen zijn deze cijfers hieraan praktisch gelijk. Naarmate de kinderen ouderen worden, neemt het gemiddeld aantal verstrekkingen van pakketgeneesmiddelen eerst af tot ongeveer 1,8 bij kinderen van 6 jaar. Daarna neemt dit cijfer weer geleidelijk toe bij het stijgen van de leeftijd. Bij de 10–jarigen komt dit gemiddelde uit op 2,0, bij 15–jarigen op 2,7 en bij 20–jarigen op 4,1. Hieronder geven we per leeftijdsgroep een kijkje in de meest verstrekte geneesmiddelen en in de geneesmiddelen die gemiddeld de meeste verstrekkingen per gebruiker hebben.

0– en 1–jarigen

Aan 0–jarigen verstrekten apothekers in 2010 het vaakst een middel tegen spruw, een schimmelinfectie in de mondholte. Nystatine heeft daarbij, met negen keer meer verstrekkingen, de voorkeur boven miconazol. Daarna volgen de penicillinekuren (antibiotica) en de neutrale dermatica zonder specifiek werkzame stof. Hoewel beide geneesmiddelgroepen vrijwel even vaak aan 0–jarigen wordt verstrekt, gebruikten meer van hen een penicillinekuur. Een 0–jarige die vorig jaar een penicillinekuur gebruikte, deed dat gemiddeld 1,2 keer. 0–jarigen die neutrale dermatica op recept ontvingen, kregen die gemiddeld ongeveer 1,7 keer.
Palivizumab (merknaam Synagis) heeft gemiddeld de meeste verstrekkingen per 0–jarige gebruiker (4,3). Dit middel, dat alleen onder specifieke voorwaarden wordt vergoed, dient ter voorkoming van lagere luchtweginfecties bij kinderen tot ongeveer 2 jaar die gevoelig zijn voor het Respiratoir Syncytieel Virus (RSV). Ook bij de 1–jarigen kent dit middel gemiddeld het hoogste aantal verstrekkingen per gebruiker per jaar (5,1). In deze leeftijdsgroep hebben penicillines in totaal het hoogste aantal verstrekkingen, gevolgd door de neutrale dermatica.

2– tot en met 5–jarigen

In de leeftijdscategorie 2– tot en met 5–jarigen zijn de penicillines met een aandeel van 17,6% het vaakst verstrekt in 2010, gevolgd door de neutrale huidpreparaten en de huidpreparaten met corticosteroïden (ontstekingsremmers vooral bij eczeem) met respectievelijk 9, 0% en 7,8%. Anti–epileptica worden in deze leeftijdsgroep per gebruiker gemiddeld het vaakst per jaar verstrekt: 5,8 keer. Deze groep geneesmiddelen heeft een aandeel van 1% van het aantal verstrekkingen. Met een aandeel van slechts 0,3% hebben de ADHD–middelen het op een na hoogste aantal verstrekkingen per gebruiker (4,5).

6– tot en met 10–jarigen

Het aandeel van de penicillines in het totaal aantal verstrekkingen ligt in de leeftijdsgroep van 6– tot en met 10–jarigen op 8,6%. Hoewel deze middelen in deze leeftijdscategorie wel het grootste aantal gebruikers hebben, is het hier niet de groep met de meeste verstrekkingen. Die plaats wordt ingenomen door de ADHDmiddelen met een aandeel van 12,5%. Op plaats drie staan in deze leeftijdsgroep met 6,9% de sympaticomimetica die per inhalatie bij benauwdheid worden toegepast. Deze middelen werken luchtwegverwijdend. Tot deze groep (ATC3–niveau) behoren ook de combinaties van deze middelen met de ontstekingsremmende corticosteroïden. De anti–epileptica en de ADHD–middelen zijn ook in deze leeftijdgroep het vaakst verstrekt per gebruiker met respectievelijk 6,2 en 6,1 verstrekkingen per jaar. Insulines staan in deze reeks op plaats drie met 4,5.

11– tot en met 20–jarigen

Uit geneesmiddelperspectief behoren de personen uit deze leeftijdscategorie eigenlijk niet tot de kinderen. Veel geneesmiddelen kennen een volwassen dosering vanaf 12 jaar. Ook doet de groep geneesmiddelen die in deze leeftijdscategorie met een aandeel van 13,7% van de verstrekkingen bovenaan staat niet direct aan kinderen denken: de anticonceptiepil. ADHD–middelen volgen met 8,0%. Op plaats drie staan de antihistaminica voor systemisch gebruik met een aandeel van 6,0%. Deze anti–allergiemiddelen worden vooral bij hooikoorts toegepast. Ten opzichte van de vorige leeftijdscategorie zijn ze van plaats gewisseld met de luchtwegverwijders. Met gemiddeld 6,4 verstrekkingen per gebruiker per jaar hebben ook in deze leeftijdsgroep de anti–epileptica het hoogste aantal verstrekkingen per gebruiker. Op plaats twee staan de insulines die eveneens gemiddeld 6,4 keer aan een gebruiker zijn verstrekt. Voor antipsychotica, op plaats drie, komt dit uit op 5,9 verstrekkingen.

 

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Dit is een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.
Overname van tekst, gegevens, tabellen of grafieken is toegestaan mits onder volledige bronvermelding.

Back to top