Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

U bent hier: Home / Publicaties / SFK nieuws in PW / 2015 / Meer gebruikers vitamine D in achterstandswijken

Meer gebruikers vitamine D in achterstandswijken

29 oktober 2015, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 150 Nr 44

Bewoners in achterstandswijken hebben een hoger geneesmiddelengebruik dan inwoners van welgestelde wijken. Ook zijn er sterke verschillen tussen diverse geneesmiddelengroepen. Zo zijn er in achterstandswijken naar verhouding bijna twee keer zo veel gebruikers van vitamine D dan in welgestelde wijken.

Geneesmiddelgebruikers die in achterstandswijken wonen, gebruiken meer receptplichtige pakketgeneesmiddelen dan geneesmiddelgebruikers in welgestelde wijken. Gemiddeld gebruikt een inwoner van een achterstandswijk 3,5 geneesmiddelen. In een welgestelde wijk komt dat gemiddelde uit op 2,9. In achterstandswijken gebruikt 38% van de geneesmiddelgebruikers slechts één geneesmiddel. In welgestelde wijken is dat met 43% iets meer.
Om de wijk te kwalificeren heeft SFK gebruikgemaakt van de sociaal-economische status (SES). Deze status berekent het Sociaal Cultureel Planbureau aan de hand van opleiding, inkomen en beroepsstatus van de inwoners van een wijk. Op basis van deze SES-score deelde de SFK alle Nederlandse wijken in tien groepen in. Eén SES-groep bestaat daardoor uit ongeveer 350 Nederlandse wijken.
De groep met de laagste SES-scores typeert de SFK als ‘achterstandswijken’, de groep met de hoogste score typeert de SFK als ‘welgestelde wijken’. Om een eerlijke vergelijking te kunnen maken tussen beide SES-groepen, corrigeerde de SFK voor leeftijd en geslacht.

Verschillen

Uit de top 10 met grootste verschillen in gebruikers tussen achterstandswijken en welgestelde wijken valt de groep vitamine D op. Op iedere duizend apotheekbezoekers in een achterstandswijk, zijn er 78 die vitamine D gebruiken. Dat is naar verhouding ruim 80% meer dan het aantal gebruikers in een welgestelde wijk. Een ander groot verschil is te zien bij het gebruik van biguaniden. In Nederland is uit deze groep met antidiabetesmiddelen alleen metformine beschikbaar. Het aandeel gebruikers dat de apotheek bezoekt voor metformine is in wijken met een lage SES bijna 80% hoger dan in wijken met een hoge SES. In de top 10 komen uitsluitend geneesmiddelengroepen voor die vaker in achterstandswijken worden gebruikt. Corticosteroïden voor nasaal (R01AD) gebruik bij rinitis vallen maar net buiten deze top 10. Bij deze groep ligt het aantal gebruikers in welgestelde wijken juist 15% hoger dan in achterstandswijken.

Figuur 1: Top 10 grootste verschillen in geneesmiddelgebruikers met een hoge en lage sociaal-economische status (SES), per 1000 apotheekbezoekers.

Geneesmiddelgroep (ATC4)hoge SESlage SES

verschil    

verschil %
1Protonpompremmers (A02BC)o.a. omeprazol971323536%
2Vitamine D (A11CC)o.a. colecalciferol37683081%
3Cholesterolverlagers (C10AA)o.a. simvastatine941202627%
4Biguaniden (A10BA)metformine29522378%
5Propionzuurderivaten (M01AE)o.a. ibuprofen66882234%
6Selectieve beta-blokkers (C07AB)o.a. metoprolol67882031%
7Overige opioïden (N02AX)o.a. tramadol33501855%
8Glucocorticoiden (H02AB)o.a. prednisolon41561537%
9Azijnzuurderivaten (M01AB)o.a. diclofenac881031517%
10Trombocytenagg. remmers (B01AC)o.a. acetylsalicylzuur62761524%

Protonpompremmers worden naar verhouding meer gebruikt in achterstandswijken



Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Dit is een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen.
Overname van tekst, gegevens, tabellen of grafieken is toegestaan mits onder volledige bronvermelding.

Back to top