Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

U bent hier: Home / Publicaties / SFK nieuws in PW / 2015 / Artsen behoudender met voorschrijven antibiotica

Artsen behoudender met voorschrijven antibiotica

5 november 2015, Pharmaceutisch Weekblad, Jaargang 150 Nr 45

Nederlandse openbare apotheken verstrekten in 2014 6,8 miljoen keer een antibioticum voor systemisch gebruik aan 4 miljoen Nederlanders. Ten opzichte van 2011 ligt het aantal gebruikers hiermee 8% lager. Het aandeel reserveantibiotica is in die periode ook afgenomen, vooral door toedoen van huisartsen.

Voor het derde jaar op rij verstrekten openbare apotheken in 2014 minder antibiotica. Uitgedrukt in standaarddagdoseringen (DDD) daalde het gebruik van antibiotica sinds 2011 met ruim 6% tot bijna 60 miljoen. 71,2% daarvan is voorgeschreven door huisartsen en 20,3% door specialisten. Van 8,4% is het recept afkomstig van andere voorschrijvers, zoals tandartsen en kaakchirurgen of is de voorschrijver onbekend bij de SFK.
Het gebruik van antibiotica uitgedrukt in DDD’s per duizend inwoners per dag kwam in 2014 uit op 10,5 terwijl dat er in 2011 nog 11,4 waren. Het antibioticagebruik is daarmee in 2014 weer bijna terug op het lage niveau van tien jaar geleden. Tot 2005 bleef het gebruik in Nederland onder de 10 DDD’s per duizend inwoners per dag. Uit cijfers van ESAC (European Surveillance of Antimicrobial Consumption) blijkt dat Nederland en Zweden in Europa het laagste gebruik van antibiotica hebben, gemeten in DDD’s per duizend inwoners per dag. Ook in Duitsland worden weinig antibiotica voorgeschreven. In België en Frankrijk ligt de antibioticaconsumptie ruim twee keer zo hoog.

Minder gewenste antibiotica

Artsen worden geacht antibiotica behoudend voor te schrijven vanwege kans op resistentievorming. Volgens de NHG-standaarden en het Farmacotherapeutisch Kompas zijn chinolonen, cefalosporinen en amoxicilline met clavulaanzuur in de meeste situaties geen eerstekeuzemiddelen. Chinolonen en cefalosporinen zijn zogenoemde reserveantibiotica. Amoxicilline met clavulaanzuur dient alleen te worden toegepast bij infecties door micro-organismen waarvan de resistentie tegen amoxicilline aangetoond of aannemelijk is.
In de afgelopen jaren zijn deze minder gewenste antibiotica steeds minder voorgeschreven. In 2011 verstrekten openbare apotheken daarvan nog 14,3 miljoen DDD’s. In 2014 is dat afgenomen tot 12,6 miljoen, een daling van 12%. Bij huisartsen was deze afname het sterkst. In 2011 schreven zij nog 10 miljoen DDD’s aan minder gewenste antibiotica voor; in 2014 was dat 8,6 miljoen. Dat is 14% minder. Bij specialisten viel die daling met 8% iets lager uit.

Beschikbaarheidsproblemen

In september van dit jaar bleken twee smalspectrumantibiotica, bedoeld voor parenterale toepassing, waaronder Penidural, niet meer leverbaar. In Nederland gebruiken jaarlijks 6500 patiënten deze middelen. De vrees was dat deze patiënten moesten uitwijken naar minder gewenste breedspectrumantibiotica met grotere kans op resistentie en die meer bijwerkingen vertonen. Sinds kort mag Tardocillin 1200 uit Duitsland worden geïmporteerd. Het middel is gelijk aan Penidural, maar is in Nederland niet geregistreerd. Voor artsen en apotheken betekent dit extra werk omdat het alleen op artsenverklaring mag worden geleverd.

Figuur 1: Minder gewenste antibiotica (chinolonen, cefalosporinen en amoxicilline/clavulaanzuur) in DDD’s, 2011-2014
Voorschrijfgedrag minder gewenste antibiotica 2011-2014

Gebruik minder gewenste antibiotica neemt vooral door huisartsen af



Back to top